Een goed gekozen vloerverwarming biedt gunstige verwarmingskosten, een constant aangename temperatuur en een esthetisch perfecte integratie in het woonproject.
Vloerverwarming kan elektrisch of met een labyrint van warmwaterbuizen worden uitgevoerd. In het laatste geval wordt gesproken over natte, halfdroge of droge systemen.
Bij een nat systeem worden de buizen gewoon in de ondervloer ingegoten. Het halfdroge systeem voorziet in een isolatiemat waarin het buizenlabyrint wordt uitgelegd en waarmee een gelijkmatiger en efficiëntere warmteoverdracht wordt bereikt. Bij het droge systeem worden 2 lagen isolatie met groeven aangebracht, waarin O-profielen worden geplaatst. De O-profielen dienen als bedding voor de verwarmingsbuizen, die vervolgens volledig afgedekt worden door een gegalvaniseerde plaat, wat een snelle en maximaal gelijkmatig verdeelde warmtespreiding bevordert.
De finesse van een dergelijk systeem schuilt in de combinatie van een optimale verdeling van het buizenlabyrint over het vloeroppervlak en een perfecte isolatie van de ondergrond. Bovendien zorgt de afdekplaat ervoor dat de temperatuur van het vloeroppervlak zeer laag kan blijven, zodat deze vloerverwarmingtechniek zelfs geschikt is voor parketvloeren en natuursteen.
Iedere ruimte in de woning dient een afzonderlijk circuit te krijgen, waardoor individuele regeling door middel van een afsluitkraan of via een kamerthermostaat mogelijk wordt. De keuze voor een droog systeem in combinatie met een moderne aardgascondensatieketel laat toe een verrassend lage vloertemperatuur (24 à 25°C) in te stellen en 30 tot 50% energie te besparen t.o.v. conventionele verwarmingssystemen met radiatoren. In de meeste gevallen zal men vloerverwarming echter beperken tot de benedenverdieping – de woonvertrekken waar men het meest verblijft – en combineren met een klassieke verwarming met radiatoren voor de verdieping met de slaapkamers en badkamer(s).
