Thermostaatkranen op de radiatoren zijn de meest eenvoudige regelvorm die we kunnen toepassen bij centrale verwarming. De kraan stuurt de doorstroming van de radiator met warm water bij in functie tot de gewenste temperatuur. Aldus wordt de werking van de verwarming enigszins ‘geautomatiseerd' en tempert men het verbruik.
Veel efficiënter is het toepassen van een kamer- of klokthermostaat. Deze grijpt niet in op de doorstroming van de radiator(en), maar wel op de werking van de brander. Zodra de ingestelde temperatuur is bereikt, schakelt de brander uit, wat aanzienlijk meer comfort en minder energieverbruik oplevert. De thermostaat bevindt zich in een lokaal dat als referentie wordt beschouwd (in principe de woonkamer, maar men kan evenzeer opteren voor de ‘woonkeuken'). Plaatsing tegen een buitenmuur of te dicht bij een verwarmingselement wordt afgeraden vanwege de beïnvloeding op de meting.
De kamerthermostaat kan gekoppeld worden aan een programmasturing, zodat men de tijdstippen waarop men een bepaalde temperatuur wenst, precies kan afbakenen en de verwarming slechts dan actief zal zijn en energie verbruiken. Wanneer er niemand thuis is, hoeft de verwarming ook niet aan te staan, terwijl het weer gezellig warm kan zijn tegen dat de eerste gezinsleden binnenstappen.
Hou bij het programmeren rekening met de restwarmte. Zowat een half uur voor het slapen gaan kan de verwarming lager schakelen, zonder een voelbare temperatuursverlaging in de woning.
Condensatieketels laten zich combineren met een weersafhankelijke regeling (een sensor buiten de woning stuurt informatie voor de regeling door) wat resulteert in een nog zuiniger werking. Zakt de buitentemperatuur, dan stuurt het regelsysteem de ketel bij om meer te verwarmen, nog voor dat binnen voelbaar is. Vanzelfsprekend gebeurt ook het omgekeerde.
