Gevelstenen verlijmen: code van goede praktijk.
Het verlijmen van gevelstenen is al lang geen nieuwe techniek meer. Ruim 15 jaar geleden kregen de eerste ideeën hieromtrent vaste vorm. De daarop volgende jaren peilden verschillende onderzoekstrajecten naar de constructieve mogelijkheden en de bouwfysische eigenschappen van deze jonge techniek.
Onderzoeken liepen vooral in Nederland i.s.m. TNO. In 1995 kwam de doorbraak in België met de bouw van het Koning Boudewijnstadion, een project dat vele architecten tot voorbeeld zou dienen. In een beginfase werd vooral verlijmd bij grotere bouwprojecten, meer recentelijk ook in de traditionele woningbouw. Gelijmd gevelmetselwerk haalt beduidend hogere technische prestaties ten opzichte van traditioneel metselwerk.
Toch wordt meestal niet omwille van deze constructieve meerwaarde voor de verlijmtechniek gekozen. De voornaamste beweegreden ligt bijna steeds in de vernieuwende esthetiek op basis van dit “metselwerk met dunne voeg”.
Het ziet er uit alsof de stenen koud werden gestapeld, wat de gevel een massiever en kleurintenser beeld geeft. Daar waar bij traditioneel metselwerk de voegkleur een uitermate belangrijke inbreng heeft in het uiteindelijke gevelbeeld, hangt dit bij verlijmd metselwerk bijna uitsluitend af van de steen zelf. Meer en meer krijgen wij doelgerichte vragen uit de markt, met betrekking tot de keuze van de steen en van zijn verwerking. We hebben de belangrijkste items samen met een aantal waardevolle tips omtrent verlijmen in deze brochure op een rij gezet.
Deze richtlijnen zijn aanvullend op het algemene verwerkingsadvies van gevelstenen.
Bron: Wienerberger
Welke gevelbaksteen is het meest geschikt om te verlijmen ?
Er bestaan 3 types gevelbaksteen: handvorm-, vormbak- en strengpersgevelsteen. Eigenlijk kunnen ze alle drie verlijmd worden, net zoals de speciale afgeleide vormstenen.
Bij de ene soort gaat dat al wat eenvoudiger dan bij de andere.
In vergelijking met vormbak- en strengpersstenen, is de maatafwijking bij een handvormsteen moeilijker in de hand te houden. Deze steen van grilliger vorm vraagt hierdoor een voegdikte van 5 à 6 mm. Het is aangewezen de frog van de steen steeds naar onder te plaatsen en bij sterk bezande stenen het overtollige losse zand af te borstelen vóór verwerking.
Strengpersstenen zijn doorgaans geperforeerd. Om de lijmrups degelijk te kunnen aanbrengen, het lijmmortelverbruik binnen de perken te houden en waterstagnatie in de perforaties te vermijden, is het aangewezen stenen te gebruiken met verkleinde of met terugliggende perforatie. Stenen van Wanlin zijn op dit vlak speciaal aangepast en dus uitermate geschikt.
Zij kunnen tevens zonder perforatie verkregen worden. Ook Quirynen produceert bepaalde stenen met aangepaste perforatie. Bij de Diamant-stenen van Kortemark zijn deze aanpassingen niet mogelijk, maar toch zijn ze perfect te verlijmen mits een hoger lijmmortelgebruik en extra aandacht van de aannemer.
Voorts dienen de stenen gespecifieerd te zijn volgens NBN B 23-002 + addendum 2, NEN 2489 of gelijkwaardig (vanaf begin 2006 gelden de nieuwe normen NBN EN 771-1 en PTV 23-002).
Welke voegdikte toepassen ?
Zoals hoger reeds vermeld dienen handvormstenen verlijmd te worden op 5 à 6 mm. Strengpersstenen zijn strakker en maatvaster in het zichtvlak, en zouden theoretisch verlijmbaar zijn op 3 à 4 mm. Sommige strengpersstenen hebben echter ten gevolge van hun productieproces aan de achterzijde een snijbraam, soms van 2 mm. Hierdoor is het aangewezen om strengpersstenen toch ook op nominaal 5 mm te verlijmen.
De volle vormbaksteen heeft deze snijbraam niet, en zou theoretisch op 3 à 4 mm kunnen gelijmd worden. Ervaringen uit de praktijk bevestigen dat ook hier het best wordt gewerkt met 5 mm.
Belangrijk: indien het lijmwerk wordt gewapend, moet steeds een voeg met nominale dikte van 5 à 6 mm gerespecteerd worden!
Naast deze algemene richtlijn kunnen onderstaande rekenregels toegepast worden :
- Dikte lijmvoeg = 2 x gemeten tolerantie (over 3 x 10 stenen aselect gekozen).
- Een andere regel ter bepaling van de minimale lagenmaat komt uit een TNO-rapport en stelt : “Stapel 10 stenen op elkaar. Meet de totale hoogte.Tel daar 27 mm bij op. De minimum lagenmaat is een tiende van die totaalmaat met een minimum lijmdikte van 3 mm. Meting 3x herhalen met 10 aselect gekozen stenen, en hiervan het gemiddelde bepalen.”
Op deze wijze worden de onregelmatigheden van de stenen onmiddellijk verwerkt in de berekening. Dezelfde regels gelden bij de bepaling van de lengtematen omdat ook hier een zekere speling kan voorkomen. Voor de meting worden de stenen dan achter elkaar gelegd. Stenen van Wanlin kunnen qua lengte op de millimeter nauwkeurig automatisch uitgeselecteerd worden. Het is aan de ontwerper om met de toleranties rekening te houden bij het uittekenen van een project. Net zoals bij traditioneel werk, dienen de stenen eerst te worden uitgelegd alvorens de werken op te starten.
Welke kleuren en texturen komen doorgaans in aanmerking ?
Niet alle types gevelstenen zijn in alle kleuren en alle formaten verkrijgbaar. Eventuele perforatie-aanpassingen zijn ook niet altijd mogelijk.
Het is daarom aangewezen al deze elementen in hun onderlinge samenhang met de ontwerper te bekijken om tot de ideale gevelsteenkeuze te komen.
Naast de donkere tinten zoals zwart, grijs en donkerbruin, komen ook de nuances oranje, rood, roodblauw en paars vaak voor. Daar de terugliggende lijmmortelvoeg een schaduw afwerpt, zal dit vooral bij bleke kleuren resulteren in een licht verschillende esthetiek.
Verlijmen is ook vaak nog een zaak van prestige, waardoor dikwijls naar speciale effecten wordt gestreefd. Naast de gesmoorde stenen en de Rocher, worden inmiddels ook projecten verlijmd met de nieuwe Brada- en Rockface stenen. Er werd ook reeds een project integraal met vormstenen verlijmd.
Verlijmen met de extra grillige Hectic is mogelijk, maar blijft een fameuze uitdaging.
Welke formaten of verbanden kiezen ?
Standaard moduleformaten zoals M50, M65 en M90 of de waalformaten WF en WFD zijn zo opgebouwd dat 2 x een kop + 1x een voeg van ± 12 mm = strek van de steen. Bij gelijmd metselwerk met een voeg van 5 mm is deze opbouw zoek doordat de kop/strek-verhouding niet meer klopt. Bij een volwaardig halfsteensverband met deze stenen is dus relatief veel zaagwerk nodig. Vaak zullen deze stenen in stapelverband of klezoor-wildverband verwerkt worden.
Een aantal stenen van de fabrieken Haaften, Heteren en Erlecom hebben wél deze aangepaste kopstrek verhouding en kunnen bijgevolg perfect op halfsteenverband verlijmd worden.
Op aanvraag en voor grotere projecten kunnen ook andere stenen met deze afmetingen verkregen worden. Hier dient geval per geval geanalyseerd te worden.
Stenen die ook nagenoeg deze correcte verhouding vertonen zijn de Terca kleiklinkers. Inmiddels zijn deze ook in nieuwe en moderne kleurvarianten beschikbaar. Zij luiden een nieuwe tendens en architectuur in, waarbij bepading en gevel uit hetzelfde materiaal en met eenzelfde kleurintensiteit opgetrokken zijn.
Enquêtes hebben uitgewezen dat de juiste kop-strek verhouding eigenlijk weinig rol speelt. Getuige hiervan is de stijgende vraag naar de formaten 29/9/4, 29/9/5 en 29/9/6.5 om te verlijmen in stapelverband en klezorenverband. Hierbij wordt zaagwerk tot een minimum herleid.
Heel apart is het klamp verlijmen van handvormstenen, waardoor de frog zichtbaar wordt. De dikte van de steen wordt hier gekozen als overlap in het verband, waardoor een soort klezorenverband ontstaat.
Voor klampverlijming dient het legvlak minimaal 65 mm diep te zijn (cfr. M65 of WFD).
Hoeveel stenen hebben we nodig per m2 ?
Belangrijk: wegens de dunnere voegen ligt het aantal benodigde stenen per vierkante meter hoger dan bij traditioneel metselwerk. Bij bestelling in m2 moet uitdrukkelijk vermeld worden dat het om verlijmen gaat.
Bij tabel hieronder werd uitgegaan van 5 mm voegdikte (exclusief verliezen):

Hoe wordt de lijmmortel bepaald ?
Na de keuze van het soort steen, de kleur, het formaat, de voegdikte en de lagenmaat, kan de geschikte lijmmortel worden bepaald. Het samenstellen van de lijmmortel gebeurt in functie van het Hallergetal van de steen. Dit is een maat voor het opzuigvermogen van de metselbaksteen in aanwezigheid van mortel of lijmmortel. Met de NBN B 24-202 (vanaf 2006 met de NBN EN 772-11) wordt gemeten hoeveel water per tijdseenheid door de steen wordt opgenomen via zijn legoppervlak. Afhankelijk van de bekomen waarde, worden de stenen opgedeeld in 4 categorieën :
- “niet” zuigende steen < 0,5 kg/m2.min
- matig zuigende steen 0,5-1,5 kg/m2.min
- normaal zuigende steen 1,5-4,0 kg/m2.min
- sterk zuigende steen > 4,0 kg/m2.min
Daarnaast is het aangewezen om de kleur van de lijmmortel te kiezen in overeenstemming met de kleur van de steen (al zijn er ook voorbeelden waar dit bewust niet werd toegepast). Inmiddels bieden lijmmortelfabrikanten reeds héél wat kleuren aan. De mortels zijn aangepast aan het Hallergetal, de voegdikte, het gewicht van de steen én aan specifieke winter-zomer condities. Deze lijmmortels met aangepaste fijne granulometrie worden geleverd als een compleet prefabmengsel, dat voor bereiding enkel nog de toevoeging van zuiver water vergt.
Eens vermengd tot een smeuïge massa, wordt de mortel aangebracht op het legvlak met een speciaal pistool, voorzien van een spuitkop. Het is aangewezen enkel geschoolde vaklui deze werken te laten uitvoeren.
Wienerberger biedt i.s.m. de VDAB een gerichte opleiding aan. Ook i.s.m. de lijmmortelfabrikanten kunnen specifieke werfopleidingen geregeld worden in situ. Volg ook steeds de verwerkingsadviezen van de lijmmortelfabrikanten. Maak niet meer lijmmortel aan dan binnen de door de producent aangegeven verwerkingstijd kan worden opgebruikt. De lijmmortel moet droog worden opgeslagen.
Besteed bijzondere aandacht aan de vochtigheid van de baksteen op het moment van de verwerking. Laat te natte stenen staan, totdat ze winddroog zijn (van binnen nat en van buiten droog). Natte stenen zijn slecht verwerkbaar, met dikwijls een slechte hechting van de lijmmortel tot gevolg. Dek daarom de verpakking steeds goed af tegen de regen. Dit geldt trouwens ook voor traditioneel metselwerk.
Wat zijn de aandachtspunten bij de verwerking van de lijmmortel ?
Het is ten zeerste aangewezen de lijmmortel te verwerken en aan te brengen met de lijmmachine. Zo bereikt u een optimale menging van de mortel en bent u zeker van het verwachte constructieve resultaat. Voor het aanbrengen van de lijmmortel op de stenen werd een speciaal lijmpistool ontwikkeld. Lijmpompen en lijmpistolen zijn te koop en te huur in verschillende uitvoeringen.
Bij het aanbrengen van de lijm met het lijmpistool komt uit de spuitmond een dubbele streng tevoorschijn. Het is de bedoeling dat deze worst nauwkeurig op één derde van de breedte van de steen terugliggend wordt aangebracht, niet zig-zaggend en over een strakke lengtelijn, zodat na het vlijen van de bovenliggende steen de lijmmortel ongeveer 1 cm terugliggend van het gevelvlak komt te liggen. Dit verzekert het beste visueel resultaat. Het vlijen dient zorgvuldig te gebeuren, licht schuin van voor naar achter, en nadien gelijkmatig aandrukken, eventueel met beide handen. Correcties moeten direct uitgevoerd worden. Verwijder eventuele mortelbaarden aan de spouwzijde. Uitkrabben van voegen en navoegen is nu volstrekt overbodig. De lijmer zorgt dus onmiddellijk voor de finale afwerking.
Zoals aangehaald op pag. 4 zal dit bij strengpersstenen wat meer aandacht vragen gezien de voorste perforaties volledig moeten afgedicht worden met de lijmrups.
Indien er zich smet voordoet, laat u best alles uitharden en krabt u de versteende specie weg. Eventueel nadien afzuren na advies van de afdeling Pre & After Sales van Wienerberger nv.
Wij hebben in de praktijk al vastgesteld dat er ook traditioneel wordt gemetseld met deze lijmmortels. Ze zijn daarvoor niet geschikt en bovendien is er meer kans op smet. Creatieve aannemers zorgden voor de intrede van een (slagroom)spuitzak waarmee de lijmmortel wordt aangebracht. Op zich een alternatief voor de pomp, doch de lijmmortelsamenstelling en -menging, als het aanbrengen ervan moet nauwlettend worden opgevolgd. Indien er hierbij niet met de nodige discipline wordt gewerkt, is deze verwerkingswijze af te raden.
Het lijmmortelverbruik is afhankelijk van het steentype, het steenformaat, de voegdikte en het gebruik van open of gesloten stootvoegen. Het zal schommelen tussen de 12 en 21 kg/m2.
Beschrijving van de lijmmachine :
De lijmmachine bestaat uit een menger, een pomp, een slang en een pistool. In de menger wordt eerst een afgemeten hoeveelheid water gegoten, en vervolgens worden er één of twee zakken lijmmortel in leeg geschud. Daarna dient de menger enkele minuten intensief te mengen, waardoor de lijm zijn juiste consistentie krijgt, nodig voor een optimale verwerking. Na de menging wordt de lijm in de menger zachtjes in beweging gehouden.
Hierna kan door de wormpomp de lijm via een slang naar het lijmpistool getransporteerd worden. Het lijmpistool is voorzien van een uitstroomopening die in verschillende richtingen kan worden geplaatst. Ook de plaats en dikte van de lijmrupsen is instelbaar. Er bestaan tevens hulpstukken voor de geleiding van het mondstuk langs de stenen. Om nalekken te voorkomen is het pistool voorzien van een
sluitstuk dat dicht gaat als de pomp wordt gestopt. Het is belangrijk op een regelmatig ritme de lijmmortel te verwerken teneinde verstopping van de slang te voorkomen. Het is aan de verwerker om het type pomp te kiezen. (gekende merken: Berö en Elbo)

Nieuw op de markt : dunmetselmortel.
Naast lijmmortels zijn er intussen ook dunmetselmortels op de markt. Deze bieden na verwerking dezelfde esthetiek als gelijmd metselwerk, maar pas op want ze missen de hogere hechtsterktes van de lijmmortels. Naar verwerking toe kunnen deze gewoon met een truweel worden aangebracht. Alle andere aandachtspunten zoals vermeld in deze brochure blijven geldig bij het dunmetselen.
De hechtsterkte van gelijmd metselwerk hoeft niet noodzakelijkerwijze groter te zijn dan bij traditioneel metselwerk. Door de aard van de lijmmortel zal dat echter wel het geval zijn.
Fabrikanten van lijmmortel en dunmetselmortel
- Beamix
- Cantillana
- Omnicol (voorheen Ankerplast)
Bij deze fabrikanten kan u tevens terecht voor het aankopen of huren van de lijmpompen.
Moeten dilatatievoegen voorzien worden ?
Theoretisch is er weinig verschil tussen de vormstabiliteit van een verlijmde en van een gemetselde muur. Sommigen zijn geneigd om de dilatatie-afstand te verhogen omwille van de constructieve meerwaarde van de lijmmortel. Wij raden echter steeds aan om veiligheidshalve dezelfde regels te respecteren als bij traditioneel metselwerk. Afhankelijk van de aard van de constructie, is dit maximaal
12 tot 30 meter. De dilatatievoeg kan onder traditionele vorm aangebracht worden, of als verholen dilatatie of in een hoek met vormstenen.
Wegens zijn eenvoudige realisatie bevelen wij sterk de traditionele vorm aan. We verstaan hieronder een verticale open voeg van nominaal 10 mm over de volledige muurdikte van het metselwerk. Het is aangewezen deze te vullen met een rotbestendige compressieband of met speciale voegkitten.
Bij verholen dilatatie zit de uitzettingsvoeg volledig verscholen in een staande tand. Hiertoe wordt bij uitvoering de lijmmortel lokaal vervangen door een schuimbandje (of dpc) in de horizontale en verticale voeg. Dit houdt de voeg vrij van lijmmortel.

Welke spouwankers gebruiken ?
Wegens de dunne voegen kunnen we bij het verlijmen geen traditionele spouwankers gebruiken. In dit geval hebben we spouwhaken met één platte zijde nodig, liefst van roestvast staal. Het aantal spouwankers per vierkante meter is gelijk aan dat bij gewoon metselwerk (5 à 6 stuks/m2). Er zijn inmiddels diverse leveranciers die deze lijmankers standaard aanbieden. Plaats de speciale spouwankers in de volledig aangebrachte lijmmortellaag van de lintvoeg. Doe dit zodanig dat na het vlijen van de volgende laag stenen, de ankers in het midden van de lintvoeg komen te zitten.
Fabrikanten : Gebroeders Bodegraven, BAT Continental, Bever.
Wat met wapening ? Welke ? Hoe te verwerken ?
Bij grote overspanningen en bij toepassing van tegel-of stapelverband is wapening noodzakelijk. De ontwerpfilosofie hierachter beoogt de gevolgen van mogelijke scheurvorming te beheersen. De lijmmortel is in het algemeen sterk genoeg om zelfs zonder wapening de vermelde constructies aan te kunnen. Wapening kan bijvoorveeld vermijden dat het lijmwerk zou bezwijken bij uitvoeringsfouten. Onverwachte opgelegde vervormingen houden een groter risico in. Het doel is dus niet zozeer een wapening om hogere krachten toe te staan, maar eerder een veiligheidswapening.
Een hoge elasticiteit of vloei van de wapening is hierbij van groot belang. Hierdoor ontstaat er meer vrijheid in ontwerp. Lateiloos bouwen behoort op die manier tot de mogelijkheden. Tevens is het van belang dat de wapening horizontaal werkt (in het geval van tegelverband bij winddruk of -zuiging).
Aramidevezel of andere vormen van netwapening uit kunststof zijn omwille van bovenliggende eisen minder geschikt. Tot nu toe kennen wij slechts één type lijmvoegwapening dat hieraan beantwoordt en dat aangepast is aan de dunne voegen van het lijmwerk : de Brixor 2 van Bekaert.
Het is een lintvoegwapening uit roestvaste staaldraad, type AISI 304. Ze is 50 mm breed en wordt geleverd op rollen van 50 meter. Bij de verwerking moet de wapening met een speciale haspel afgewikkeld worden zodat een mooie, rechte strook verkregen wordt.
Bij lateien moet rekening gehouden worden met een verankeringslengte van minimaal 30 cm aan beide kanten van de overspanning. Bij gebruik van de lijmvoegwapening bedraagt de voegdikte minstens 4
mm. Breng de wapening aan op de rupsen lijmmortel, en bed ze goed in. Pas nadien kan de volgende laag stenen gevlijd worden.
De studiedienst van Bekaert kan de benodigde hoeveelheid
wapening bepalen. Bij normale ontwerpen in tegelverband is wapening aan te bevelen om de 50 à 60 cm hoogte.
Lateien en geveldragers.
Ook hier dient rekening gehouden te worden met de dunne voegen. Daar waar de ondersteunende L-ijzers doorgaans 5 of 7 mm dik zijn, en deze bij traditioneel werk perfect in de voeg passen, gaat dat nu niet. Bijgevolg moeten stenen ingezaagd worden en is een aangepaste doorsnede of uitvoeringsdetail nodig. Wanneer de architect de metalen latei niet zichtbaar wenst te laten, kan dit door de stenen er onderaan tegen te verlijmen. Dit lukt echter niet met de lijmmortels.
U moet hiervoor een aangepaste lijmmastiek gebruiken die de hechting baksteen-staal op termijn garandeert. (zie bijvoorbeeld Soudal, Sika, Rectavit, Novatech, …)
Open of gesloten stootvoegen ?
Bij gelijmde bakstenen gevels is de vochtdoorlatendheid van de gelijmde voeg kleiner dan die van de baksteen zelf. Uit onderzoek, proeven en metingen bij TU Eindhoven en KU Leuven is gebleken dat het gedrag bij regen van een gelijmde gevel nauwelijks afwijkt van een traditioneel gemetselde gevel, en dit zowel bij open als bij gesloten stootvoegen.
Dit komt voornamelijk door de hygrische eigenschappen van de baksteen, door het feit dat de lijmmortel waterafstotend en waterdicht is en door de drukvereffening in de spouw. Het gebruik van open stootvoegen kan dus perfect.
In dit geval vormt het metselwerk een sterk geventileerde vliesgevel, wordt een meer egale en snellere droging van de buitengevel bekomen, is er minder lijmverbruik en verkort de uitvoeringstijd. Het is aangewezen bij open stootvoegen de achterliggende binnenmuur luchtdicht af te werken, bijvoorbeeld door te bepleisteren.
Belangrijk: indien wordt gewerkt met gesloten stootvoegen, is het nog steeds noodzakelijk om minimaal elke lopende meter 1 open stootvoeg te voorzien t.b.v. spouwmuurdrainage (onderaan de gevel, boven raam- en deuropeningen).
Wienerberger werkt actief mee aan deze studies door het ter beschikking stellen van de conciërgewoning van haar gevelsteenfabriek te Wolfswaard voor experimenteel onderzoek. Deze woning werd volledig geconcipieerd om allerhande metingen te kunnen doen in functie van de wandopbouw en de windrichtingen.
De algemene regenval, de windsterkte en -richting, de waterslag doorheen de gevel (deels met open en deels met gesloten stootvoegen), de luchtbeweging in de spouw, de vervorming (uitzetting en krimp) van de gevels, de temperatuur in de spouwmuur, … worden permanent geregistreerd. Resultaten worden op regelmatige basis geëvalueerd in de werkgroep “Claybrick Masonry Platform”.
Andere aandachtspunten en logistiek op de bouwplaats.
Ter hoogte van ramen en deuren is het aangewezen om een verticale vochtbarrière aan te brengen tegen vochtdoorslag aan de hoeken. Dit kan gebeuren met de gekende dichtingsfolies. Ter plaatse van de neg dient de lijmrups af te buigen zodat een gesloten geheel ontstaat.
Hou voor aanvang van de werken bij de organisatie van de werkplek al rekening met de verwerkingsmethodiek van het verlijmen. Als bijzonder aandachtspunt dient vermeld te worden dat, omwille van de grootte van de pomp, het best wordt gewerkt met een bredere stelling, of met een aparte stelling voor de pomp zelf of zelfs met een hefsteiger.
Lijmwerk vraagt nadrukkelijk om een zeer nauwkeurige maatvoering. Een vaste, geroutineerde maatvoerder of een lijmer met ervaring is sterk aan te bevelen.
Naast alle bovenstaande info, dienen voor de rest alle verwerkingsadviezen, alle beschermingsmaatregelen en het perfecte vakmanschap van het traditioneel metselwerk overgenomen te worden, en dienen de specificiteiten en de producentvoorschriften van de lijmmortels, de wapening, de spouwankers, de lateien, … gerespecteerd te worden.
Werkgroep Baksteenmetselwerk: Claybrick Masonry Platform.
Een tweetal jaren geleden werd onder impuls van Wienerberger een Belgisch-Nederlandse werkgroep Verlijmen opgericht.
Deze werkgroep “Claybrick Masonry Platform” bestaat uit volgende leden :
BBF - Belgische Baksteen federatie
KNB - Koninklijk Verbond voor Nederlandse Baksteenfabrikanten
WTCB - Wetenschappelijk en Technologisch Centrum voor de Bouw
TNO Bouw - Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
KUL - Katholieke Universiteit Leuven
TUE - Technische Universiteit Eindhoven
FEMO - Federatie van de Mortelfabrikanten
NeMo - Nederlandse Mortelorganisatie
Professioneel advies
De doelstellingen van deze werkgroep zijn duidelijk: informatie en kennis uitwisselen en aanvullend diepgaand onderzoek verrichten om te komen tot éénduidige productvoorschriften, tot het opstellen van een éénduidig verwerkingsadvies, het opstellen van normen en attesten, en het opstellen van ontwerp- en rekenregels. In dit kader en op basis van de besluiten van het actueel lopend onderzoek bij het WTCB, zal door het WTCB een nieuwe Technische Voorlichting gepubliceerd worden eind 2005.
Ook Wienerberger participeert in de vermelde werkgroep Verlijmen via de BBF. Op deze manier kunnen wij de praktische positieve maar ook negatieve ervaringen van op de werven meedelen om zonodig mee op te nemen in de nieuwe TV.
Wij constateerden een toename in de toepassing en een dermate stijgende vraag naar informatie dat wij het nodig achtten reeds nu al bijkomende informatie beschikbaar te stellen. Succesvol gelijmd metselwerk kan enkel het resultaat zijn van een goede communicatie tussen de steenfabrikant, de mortelfabrikant, de uitvoerende aannemer, de handelaar en de architect/bouwheer.
Dit document omvat een samenvatting van de actuele besprekingen en besluiten van de werkgroep “Claybrick Masonry Platform”. De inhoud werd dan ook voorgelegd en goedgekeurd.
Wienerberger heeft deskundige ingenieurs die u van de tekentafel tot de bouwplaats kunnen begeleiden. Samen met u, als architect, bouwheer, constructeur of aannemer, zullen wij streven naar het beoogde resultaat.
Indien u nog meer informatie wenst, zoals nuttige adressen van leveranciers, referentie-adressen van gelijmde projecten, monsters van te verlijmen sorteringen, enzoverder, neem dan contact op met onze
bouwtechnische adviseurs via de cel After Sales.
tel.: 056 24 95 09
fax: 056 24 96 11
e-mail: aftersales.be@wienerberger.com
Vraag onze catalogus aan
Stel een vraag