EPB-regelgeving 2010
De energieprestatieregelgeving (EPB) werd op 1 januari 2006 ingevoerd voor nieuwbouwwoningen, maar ook wie renovatiewerken uitvoert moet ernstig rekening houden met deze norm.
Voor 2010 zijn er enkele aanpassingen doorgevoerd en die willen we hier graag toelichten.
Het opzet van de EPB-regelgeving voor het bouwen en verbouwen van woningen in Vlaanderen was gericht op een aangenaam en gezond leefklimaat gepaard aan een zuinig omgaan met energie. De EPB-eisen hebben daarom betrekking op de te voorziene thermische isolatie, de energieprestatie van de toegepaste verwarmings- en koelingtechnieken en het binnenklimaat.
Het E-peil is een maatstaf voor de energieprestatie van een woning en de vaste installaties ervan in standaard gebruiksomstandigheden.
Hoe lager het getal achter de letter ‘E’, hoe minder energie de woning verbruikt om er in alle seizoenen comfortabel te leven.
De EPB-norm geldt voor gebouwen bestemd voor ‘wonen’, ‘wonen met kantoor’, ‘kantoren’ en ‘scholen’ en dat zowel bij nieuwbouw, renovatie, gedeeltelijke herbouw met een BV (bewoonbaar volume) groter dan 800 m³ of uitbreiding met een BV groter dan 800 m³.
20% energiezuiniger wonen
Onder impuls van Vlaams minister Hilde Crevits heeft de Vlaamse Regering besloten om de energieprestatienorm voor woningen te verstrengen met ingang van 1 januari 2010. Waar de oorspronkelijke EPB-norm nog E100 oplegde, wordt dat nu E80. De overgang van E100 naar E80 in Vlaanderen is gebaseerd op een vergelijking met ons omringende landen, waaronder Nederland, Frankrijk en Duitsland. Deze resultaten werden aangevuld met enquêtegegevens van architecten, ingenieurs, en andere bouwpartijen. De verstrenging van E100 naar E80 voor woningen geldt voor elke bouwaanvraag die wordt ingediend na 1 januari 2010. Het betekent een daling met 20% van het energieverbruik t.o.v. de voorschriften die tot 31 december 2009 golden.
Een lager E-peil halen kan door compacter te bouwen – een rijwoning scoort een E-peil dat bijna 20 punten lager ligt dan een vergelijkbare open bebouwing - overdrachtverliezen te beperken, luchtdicht te bouwen, de ventilatie te optimaliseren, gebruik te maken van zonnewarmte, de installatie van een zuiniger verwarmingssysteem, het verwarmen van sanitair water via zonnepalen, e.a.
EPB en veel gebruikte technische begrippen (K-waarde, U-waarde, thermische isolatie)
In het kader van de EPB-regelgeving duiken een aantal technische begrippen veelvuldig op. We lichten ze graag even toe.
K-waarde
De K-waarde staat voor de totale isolatiewaarde van een gebouw. Een laag getal duidt op een betere isolatiewaarde. Het getal is het resultaat van de U-waarde (de warmtedoorgangscoëfficiënt - zie verder) van alle afzonderlijke constructieve elementen in de bouw (vloeren, muren, dak,…). De waarde wordt tevens beïnvloed door de afmetingen en de bouwvorm van de woning. Een compacte woning scoort een lagere K-waarde. Een kubusvorm scoort beter dan wanneer alle woonfuncties gelijkvloers zijn uitgespreid.
U-waarde
De U-waarde verwijst naar de warmtedoorgangscoëfficiënt. Elk materiaal laat een hoeveelheid warmte door, die bijgevolg verloren gaat. Dat is o.a. het geval tussen een binnen- en buitenmuur.
De U-waarde geeft aan hoeveel warmte per uur, per vierkante meter en per graad overgedragen wordt tussen de lucht binnen de woning en de lucht buiten de woning. Hoe lager de waarde, hoe beter de isolerende werking van het materiaal. De U-waarde is belangrijk voor bouwmaterialen waarvan we niet zelf de dikte kunnen bepalen, zoals bv. ramen en vloeren.
Thermische isolatie
Naast het algemeen opleggen van E80 moet een nieuwbouwwoning maximaal K45 scoren voor wat de thermische isolatie van het gebouw betreft. De K-waarde staat voor de totale isolatiewaarde van een gebouw.
Dit wordt in de hand gewerkt door het verstrengen van de isolatiegraad voor buitenmuren en daken bij alle gebouwen en dat zowel voor nieuwbouw als verbouwing. Voor daken en plafonds wordt vanaf 1 januari 2010 Umax 0,3 W/m²K (voorheen 0,4 W/m²K). De U-waarde staat voor de warmtedoorgangscoëfficiënt van een constructieonderdeel. De nieuwe eis voor daken en plafonds kan gerealiseerd worden met 16 tot 24 cm minerale wol onder een hellend dak, of 10 tot 15 cm PUR-isolatie. Tegenover de situatie tot 31 december 2009 betekent dit bijna een verdubbeling van de isolatiedikte.
Voor buitenmuren wijzigt de isolatievereiste vanaf 1 januari 2010 naar Umax 0,4 W/m²K (voorheen 0,6 W/m²K). Dit kan door in een spouwmuur 5 à 6 cm PUR-isolatie aan te brengen of 7 tot 8 cm minerale wol.
De verstrenging van de EPB-regelgeving brengt ontegensprekelijk een bijkomende investering voor de bouwheer met zich mee, maar laat zich terugverdienen via een voordeliger energierekening en een meerwaarde bij de verkoop of verhuur van de woning (energieprestatiecertificaat).